Seizoensopener 2026: met 28 motoren door Betuwe en Veluwerand
De eerste kilometers van 2026
Het seizoen is geopend! Zaterdag 5 april verzamelden de Veldduivels zich aan de Begijnenstraat in Winssen voor de allereerste rit van 2026. De thermometer tikte twaalf graden aan, de lucht was droog en later op de dag zou het kwik zelfs naar veertien graden kruipen. Dat het stevig kon waaien — windstoten tot 33 kilometer per uur — nam niemand iets van de pret af. Achtentwintig motoren stonden warm te draaien. De spanning was voelbaar. Eindelijk weer samen de weg op.
Heenrit: door de Betuwe richting de Rijn
Via Bergharen en Horssen trok de groep het rivierenland in. De dijkwegen langs de Maas bij Maasbommel boden prachtige vergezichten, al moest menig Veldduivel stevig aan het stuur houden door de gure windvlagen over het open water. Voorbij Wamel en Echteld ging het verder de Betuwe in, waar de boomgaarden nog kaal stonden maar de eerste knoppen al zichtbaar waren. Bij Rhenen klom de route de Utrechtse Heuvelrug op — een welkome afwisseling na al die vlakke polders. Via Bennekom en Wageningen draaide de karavaan richting Renkum en Wolfheze, dwars door de bossen van de Veluwerand. Oosterbeek en Arnhem flitsten voorbij, waarna de groep via Elst en Huissen koers zette naar het doel van de middag.
Tussenstop: Veerhuis Concordia in Gendt
Aan de Waaldijk in Gendt stond Veerhuis Concordia klaar om de Veldduivels te ontvangen. De motoren werden keurig geparkeerd en binnen stroomde de koffie rijkelijk. Wie trek had greep naar een punt taart. Het geroezemoes was niet van de lucht: verhalen over de winter, plannen voor het seizoen, en de nodige bewonderende blikken op een paar splinternieuwe machines in het rijtje. Na de kilometers in de wind deed de warmte van het café en het gezelschap goed.
Terugrit: via de heuvels naar huis
Uitgerust en voldaan ging het verder. Via Haalderen en Bemmel reed de stoet richting Nijmegen, waar het verkeer even voor vertraging zorgde. Maar eenmaal voorbij de stad wachtte het mooiste stuk van de dag: de glooiende wegen rond Ubbergen, Beek en Berg en Dal. De zon brak nu echt door en het kwik was inmiddels flink gestegen. Via Groesbeek en Malden ging het naar Heumen en Overasselt, om uiteindelijk via Wijchen, Beuningen en Ewijk terug te keren naar Winssen.
Tot de volgende
Aan de Ficarystraat klonk het bekende afscheidsgetoeter. Honderdéénenvijftig kilometer op de teller, achtentwintig motoren heel thuisgekomen, en een seizoen dat niet beter had kunnen beginnen. De Veldduivels kijken alweer uit naar de volgende zaterdag.